KAGAMI NO CHIKARA

Dojo voor Aikido en Yawara Ju-Jutsu

O Sensei en de geschiedenis van Aikido


Aikido is Japans jongste traditionele krijgskunst, ontwikkeld door O’Sensei Morihei Ueshiba (1883- 1969). Morihei Ueshiba leefde in een tijd waarin Japan grote veranderingen onderging (de overgang van een feodale maatschappij beheerst door de samoerai naar een moderne samenleving).

Nadat Morihei Ueshiba (1883-1969) jaren diverse krijgskunsten had bestudeerd ontwikkelde hij zijn eigen stijl met een filosofische en religieuze inslag. Aikido is uitgegroeid tot een dynamische sport die er door de vloeiende en cirkelvormige bewegingen sierlijk uitziet. Bij een aanval moet je in harmonie komen met je tegenstander. Dit doe je door mee te geven en zijn kracht en beweging te gebruiken om hem uit balans te brengen. 

Persoonlijke groei is belangrijk volgens Morihei Ueshiba daarom kent aikido geen competitie en wedstrijden. 
Soms wordt er gebruik gemaakt van ‘wapens’. Een bokken is een houten versie van de katana, het zwaard van de samoerai. Een jo is een houten stok en een tanto is een houten mes. Deze wapens zijn instrumenten om je aikido te verfijnen.

 Mede door leerlingen van O’sensei (grote meester) Ueshiba zijn verschillende stijlen aikido ontstaan.

Aikikai Aikido, Ki Aikido, Aikibudo, Aikijiutsu, Tomiki Aikido en Tendoryu Aikido.


Aikikai Aikido is de traditionele stijl die Kisshumaru Ueshiba, zoon en opvolger van O’sensei, volgde. Zo ook Moriteru Ueshiba, kleinzoon van O’sensei, huidige Doshu van de Hombu(hoofd)dojo in Tokio, Japan.


Als kind worstelde O Sensei met een zwakke gezondheid en ontstond bij hem het besluit dat hij de gevechtskunsten zou bestuderen. En dat gebeurde ook.

Hij bestudeerde intensief meerdere gevechtskunsten onder evenveel leraren. Ook was hij een spiritueel man, als kind bestudeerde hij het zenboedhisme, en later trad hij toe tot de Shinto-school Omoto-kyo van Wanisaburo Deguchi. Als jonge man was hij militair tijdens de Russisch-Japanse oorlog, en later was hij lijfwacht van eerdergenoemde Wanisaburo Deguchi tijdens diens (turbulente) periode in Mongolie. 

Nadat O Sensei het meesterschap in verschillende gevechtskunsten behaald had werd hij instructeur aan de beste japanse militaire academies. Ondanks het feit dat hij een groot krijger was, was O Sensei vooral een spiritueel en (hoe tegenstrijdig het ook klinkt) vredelievend man.


Morihei Ueshiba (1883-1969) is de eerste in de lijn van Aikido en de grondlegger. Hij staat bekend als O Sensei en had de titel van eerste Doshu, dat 'Leider van de weg' betekent.

Kisshomaru Ueshiba, zijn zoon (1921 - 1999), is de tweede Doshu geweest. Hij kreeg deze titel automatisch bij het overlijden van de grondlegger.
De derde Doshu, Moriteru Ueshiba (1951), zoon van Kisshomaru Ueshiba en kleinzoon van Morihei Ueshiba. Hij werd Dojo cho van de Hombu Dojo in 1986. Hij erfde de titel 'Doshu' in 1999, toen zijn vader overleed. Hij staat nu formeel aan het hoofd van de Aikikai Organisatie, waar Aikidoka's over de hele wereld bij aangesloten zijn.

Morihei Ueshiba is waarschijnlijk één van de grootste krijgskunstenaars die de geschiedenis heeft gekend. Zelfs als oude man van 80 kon Morihei iedereen ontwapenen. Hij kon elk willekeurig aantal aanvallers tegen de grond werken en een tegenstander klem zetten met slechts één vinger. Al was Morihei als krijger onoverwinnelijk, toch was hij bovenal een man van vrede, die vechten, oorlog en elke vorm van
geweld verafschuwde. Zijn weg was Aikido, wat vertaald kan worden met 'vrede als levenskunst of vredeskunst'. Vrede als levenskunst is een ideaal. Morihei wijdde zich aan een spirituele zoektocht en beleefde een transformatie via drie visioenen. Het eerste visioen vond plaats in 1925, toen Morihei 42 jaar was. Nadat hij een vooraanstaande zwaardvechter had verslagen, door al diens slagen en stoten te vermijden - Morihei was ongewapend - liep hij de tuin in. 'Plotseling schokte de aarde, een gouden damp steeg op van de grond en nam mij op. Ik had het gevoel een gouden beeld te zijn geworden en mijn lichaam voelde zo licht als een veertje. Op dat moment begreep ik het wezen van de schepping: de weg van de krijger is uitdrukking geven aan Liefde, een geesteshouding die alle dingen opneemt en voedt. Tranen van dankbaarheid en vreugde stroomden over mijn wangen. Ik zag hoe de hele aarde mijn tehuis was en de zon, maan en sterren mijn dierbare vrienden. Elke gehechtheid aan materiële zaken was verdwenen.Het tweede visioen verscheen in december 1940: 'Rond 2 uur in de ochtend, toen ik bezig was met rituele reinigingsoefeningen, vergat ik ineens iedere gevechtstechniek die ik geleerd had. Alle technieken, die mijn leraren aan mij hadden overgedragen, leken volledig nieuw.
Het waren nu niet langer instrumenten om mensen te werpen of klemmen te zetten, maar voertuigen voor de ontwikkeling van levenskracht, kennis, deugdzaamheid en invoelingsvermogen'.

Het derde visioen diende zich aan in 1942, tijdens de bitterste gevechten van de Tweede Wereldoorlog. Aan Morihei verscheen de Grote Geest van de Vrede, die hem een pad toonde, dat kon leiden tot opheffing van alle strijd en tot verzoening van het mensdom.'De weg van de krijger is steeds ten onrechte beschouwd als een middel om anderen te doden en te vernietigen. Degenen die wedijver zoeken begaan een ernstige vergissing. Breken, kwetsen of vernielen is de ergste zonde die een mens kan bedrijven. De ware weg van de krijger is het voorkomen van geweld, het is de kunst van de vrede, de macht van de liefde'.